Tripswitch: FolkRoddels (Belgium) (14 Oct 06)
Blijkbaar rommelt het in het Ierse (zogezegde) ‘traditionele’ circuit, althans als we
Gearóid Mac Lochlainn in zijn inleidend schrijven tot Tripswitch mogen geloven. In niet mis te verstane woorden hekelt hij de manier waarop modernisten met het Ierse muzikale erfgoed tegenwoordig plegen om te gaan, en bejubelt hij de sobere aanpak van het McSherry – O’Connor duo. Nu we de CD inmiddels reeds een vijftigmaal beluisterd hebben, moeten we hem gelijk geven. Maar dat was zeker niet onze eerste indruk. Toen we het schijfje de eerste maal hoorden, dachten we opnieuw te maken te hebben met twee virtuozen die zich steendood vervelen aan de ‘simpele’ Ierse deuntjes en daarom maar wat rotzooien met tegentijden, absurde ritmewisselingen en cross-over toestanden ‘to give the music a bit of interest’ zoals dat zo graag wordt gezegd. Ware het niet dat we op onze tocht van Zonnegem naar de 630 km verdergelegen
Proitzer Mühle voor een Ierse seannos en set dance stage geen andere muziek bij hadden, we zouden het schijfje op de achterbank hebben gezwierd om het pas terug boven te halen wanneer onze deadline voor bespreking nagenoeg verstreken zou zijn. Maar onder het motto ‘beter dit dan niets’ bleven we luisteren om uiteindelijk pas na de derde maal tot het besef te komen dat Tripswitch, ondanks de vrij moeilijke toegankelijkheid van sommige nummers, eigenlijk een meesterlijk product is. Het schijfje heeft de hele route, acht uur lang- het Duitse autowegenstelsel is momenteel namelijk één grote bouwwerf – in onze speler gezeten, en telkens opnieuw ontdekten we nieuwe, subtiele wendingen die ons voordien waren ontgaan. En ook op onze terugtocht, ook al hadden we ons tegoed gedaan aan de folk-CD uitverkoop die de Duitse bodhran en tenorbanjo virtuoos Guido Pluschke daar elk jaar organiseert, is Tripswitch niet in zijn hoesje beland. Dat heeft enkel ‘Galway’s own’ van
Joe Burke hen voorgedaan.
Het tweetal voorstellen is wellicht overbodig, maar kom.
John McSherry is een van Ierland’s top
uilleann pipes spelers die we kennen van bands en producties zoals
Coolfin,
At first light,
Lunasa, en
Tamalin.
Donal O’Connor, zoon van
Gerry O’Connor (de vioolspeler; niet de
banjospeler), heeft in gelijkaardige middens vertoefd. Beiden hebben ook heel wat samengewerkt met
Michael McGoldrick maar daarvan is gelukkig niet veel te merken op Tripswitch. Ze worden verder afwisselend begeleid door de andere At First Light leden:
Paul McSherry (diverse gitaren),
Tony Byrne (gitaar),
Francis McIlduff (bodhrán), en
Rubén Bada (bouzouki, gitaar), alsook door
Gilles LeBigot (gitaar) die we kennen van
Skolvan en
Barzaz, en
Shaun ‘Mudd’ Wallace (divers slagwerk).
Wie denkt met Tripswitch een louter traditionele Ierse CD in huis te halen, komt bedrogen uit. Er wordt eveneens geput uit het Noord-Spaanse en Bretoense repertoire.
Tripswitch is niet geschikt om als achtergrondmuziek te draaien. Best luistert men er heel actief naar: links-hemisferisch zoals dat heet. Dan zal je pas goed merken hoe niet alleen qua timbre, maar ook muziek-technisch, het viool- en doedelzakspel elkaar perfect aanvullen. De andere instrumenten bieden een degelijke achtergrondondersteuning, waarbij de gitaar af en toe ook meer op de voorgrond komt.
Track listing
-
Rose in the Gap (luister) / Old Dudeen / First Month of Spring: De CD opent met een korte gitaar- en bodhran intro waarna een stevige mars wordt ingezet. Onmiddellijk moesten we aan de filmmuziek van Barry Lyndon denken. Het nummer komt uit de Donnellan Collection of Oriel Songs and Dances die voor het eerst in 1909 werd gepubliceerd door de
County Louth Archaeological Society.
Old Dudeen is een vinnig gespeelde reel die ook al wat jaartjes telt. Voor The First Month of Spring, eveneens een reel, haalde het duo de mosterd bij de Schotse groep
Daimh. De overgang ernaar is echter behoorlijk wansmakelijk, compleet uit tempo, op schijf gezet. Een fout bij het mixen of een gewild modernisme ? Hoe dan ook, op zo’n klassevolle CD valt het behoorlijk op.
-
Tripswitch (luister). Een slow reel die door het duo werd gecomponeerd. Viool en flute doen hier schitterend hun ding, subtiel begeleid door sober, doch functioneel bodhranwerk. Het gitaarwerk is anderzijds ietsje te fantasierijk naar mijn smaak. Het doet wat afbreuk aan dit anders zeer mooie, rustige nummer.
-
-
Both Ghé (
luister). Een slow air gecomponeerd door McSherry en O’Connor. Machtig ingezet op uilleann pipes en gitaar, gevolgd door viool. Opnieuw valt op hoe de tonaliteit van viool en pipes uitstekend samengaan. Bij andere bands is me dat steeds ontgaan.
-
Charrada De Bercimuelle (luister) / Corrido De Encina. Twee prachtige castilliaanse nummers in een matig snel 5/8 ritme (stel u een jig voor waarbij telkens de tweede tijd een derde werd ingekort). Ze werden opgepikt bij de
Asturische groep
Felpeyu, die ze zelf blijken gehaald te hebben bij
Los Talaos. Het nummer slaat naadloos aan bij het vorige waardoor het bevreemdend effect van de 5/8 maat nog wordt vergroot. Gitaar en bouzouki bijten hier de spits af, om dan bijgestaan te worden door viool en fluit. Hier kan men uren naar luisteren…
-
Muñeira d’Antón (
luister). Een zeer rustig gespeelde muñeira uit Asturïe waar opnieuw de gitaar de honeurs waarneemt. De low whistle geeft een kabbelende-zee effect. Niet alledaags voor wat toch dansmuziek is.
-
Set van reels. Even rustig als het voorgaande nummer vangt deze set aan met een slow reel genoemd naar de accordeonspeler
Charlie Mulvihill. The Pullet & The Cock, eveneens een slow reel, komt uit de eerste
Brendan Breathnach collectie. Dan gaat het full speed met de
Commonalty reel (
luister), afkomstig van de gelijknamige, nagenoeg onbekend gebleven Ierse band uit het begin van de jaren negentig opgericht door John’s zuster Joanna en broer Paul. De set wordt afgesloten met
Iniscealtra.
-
Áille’s Arabesque / Tell her I am (
luister). Een slip jig gevolgd door een double jig, beiden behoorlijk rustig, net niet saai, gespeeld. Op het einde de CD niet uitwerpen, want er komt nog meer ! Na zowat een minuut klinken vanuit de verte de uileann pipes opnieuw: een Bretoense ingetogen slow air is de voorbode voor een gavotte. Een mooie afsluiter voor deze toch wat ongewone CD.
Leave a Comment